Automower® laadt niet op of geeft Lege accu-foutmelding weer
Als Automower® niet oplaadt, het laadstation blijft verlaten zonder een volle accu of de foutmelding Lege accu weergeeft, helpt deze gids u de oorzaak te identificeren en op te lossen.
Automower® laadt niet op of blijft het laadstation verlaten
Wat u eerst moet controleren
Wat u eerst moet controleren
Als Automower® niet wordt opgeladen of in het laadstation koppelt en dit vervolgens onmiddellijk weer verlaat, begin dan met de volgende controles:
- Controleer het lampje van het laadstation. Het lampje geeft de oplaadstatus aan. Als het lampje uit is, raadpleegt u Waarom is het lampje op het Automower®-laadstation uit?. Als het lampje rood brandt, raadpleegt u Wat betekent een continu brandend rood lampje op het laadstation?.
- Controleer het koppelcontact. Controleer of de maaier recht in het laadstation staat, waarbij de laadplaatjes volledig contact maken. Verwijder bladeren, maaisel of resten van het koppelgebied en van de laadcontacten van zowel Automower® als het laadstation. Als de maaier herhaaldelijk niet kan worden gekoppeld, raadpleegt u Laadstation geblokkeerd.
- Controleer de accutemperatuur. Automower® wordt niet opgeladen als de accutemperatuur buiten het geaccepteerde bereik ligt. Zie Accutemperatuur buiten de grenswaarden?.
- Na winteropslag: Als de maaier is opgeborgen zonder volledig op te laden, is de accu mogelijk te diep ontladen om normaal te beginnen met opladen. Breng Automower® naar binnen, plaats hem op het laadstation en laat hem enkele uren staan. Zie Automower® start niet of blijft stoppen voor meer informatie over opstarten na het winterseizoen.
Foutmelding lege accu
De melding Lege accu wordt weergegeven wanneer Automower® onvoldoende accucapaciteit over heeft om het laadstation te vinden. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken en hoe u deze kunt oplossen.
Veelvoorkomende oorzaken
Veelvoorkomende oorzaken
1. Accu aan het einde van levensduur
De accu heeft het einde van de levensduur mogelijk bereikt. Lees Automower®-accu: tekenen van veroudering en hoe u de levensduur kunt maximaliseren.
2. Modus Bijgebied
Als Automower® is ingesteld op de modus Bijgebied in plaats van de modus Hoofdgebied, wijzigt u de instelling naar de modus Hoofdgebied. Na het maaien van een bijgebied moet Automower® handmatig terug moet worden geplaatst in het hoofdgebied en moet de juiste gebiedsmodus worden geselecteerd.
Lees meer over bijgebieden:
- Een bijgebied instellen en maaien in een draadloze Automower®-installatie
- Een bijgebied instellen en maaien met Automower® Aspire™ R6V, 308V en 312V
- Een bijgebied maken in Automower®-begrenzingsdraadinstallaties
3. Installatie van het laadstation
Als het laadstation niet correct is geïnstalleerd, kan het zijn dat Automower® problemen heeft met het koppelen. Zorg ervoor dat het laadstation op een vlakke ondergrond staat met voldoende vrije ruimte eromheen en dat de kabels correct zijn aangesloten. Lees meer over het Automower®-laadstation: Handleiding voor optimale plaatsing en het maaierhuis en Het laadstation voor Automower® opnieuw installeren in een draadloze EPOS®-installatie.
4. Antenne in de bodemplaat van het laadstation beschadigd
Automower® kan het laadstation niet binnengaan als de antenne in de bodemplaat beschadigd is. Als het indicatielampje op het laadstation rood knippert, is de antenne mogelijk beschadigd. Neem contact op met uw erkende servicecentrum, die de bodemplaat kan inspecteren en, indien nodig, kan vervangen.
Voor draadloze EPOS®-installaties
Voor draadloze EPOS®-installaties
1. Problemen met satellietsignalen
Automower® kan het laadstation niet vinden als het geen nauwkeurige positie heeft. Controleer de installatie voor gebieden waar het satellietsignaal zwak is. Voer de installatie indien nodig opnieuw uit. Lees meer over problemen met het draadloze EPOS®-signaal.
Voor installaties met begrenzingsdraad
Voor installaties met begrenzingsdraad
1. Problemen met geleidingsdraad
De geleidingsdraad is mogelijk verkeerd geplaatst, defect of gebroken, waardoor Automower® zijn weg naar het laadstation niet kan vinden. Als het indicatielampje op het laadstation geel knippert, is de geleidingsdraad beschadigd. Controleer of de aansluitingen van de geleidingsdraad op het laadstation en de begrenzingsdraad correct zijn, controleer de geleidingsdraad op breuken en verplaats of repareer indien nodig. Lees De begrenzings- en geleidingsdraden aansluiten op het Automower®-laadstation.
2. Zoekinstellingen laadstation
Onjuiste zoekinstellingen kunnen ertoe leiden dat Automower® het laadstation niet kan vinden. Bekijk en wijzig de instellingen in de Automower® Connect-app onder Menu > Instellingen > Installatie > Laadstation zoeken.
3. Obstakels en te vermijden zones
Zorg ervoor dat het pad naar het laadstation vrij is door obstakels te verwijderen die de weg kunnen blokkeren. Dit omvat ook met AIM Technology gecreëerde te vermijden zones die de toegang tot het laadstation kunnen belemmeren.