Robotmaaiers

Inzicht in profielen in Automower®-installaties

Profielen zijn een functie in de Automower® Connect-app waarmee u verschillende configuraties en instellingen in Automower®-installaties kunt aanmaken en beheren. Dit is vooral handig wanneer u een enkele robotmaaier op meerdere locaties gebruikt of wanneer verschillende instellingen binnen één installatie nodig zijn.

Modellen die profielen ondersteunen in de Automower® Connect-app

Profielen kunnen worden beheerd via de Automower® Connect-app voor specifieke modellen zoals Automower® Aspire™ R6V, 308V, 312V, Automower® 405X, 415X, 435X AWD en alle Husqvarna Automower® NERA-modellen.

Wat omvat een profiel?

Een maaiprofiel bevat verschillende instellingen, zoals maaierconfiguraties, kaartobjecten en de bijbehorende instellingen. U kunt meerdere profielen voor één installatie aanmaken of verschillende installaties aanmaken, elk met unieke profielen.

Hoeveel profielen kunt u aanmaken?

Met de Automower® Connect-app kunnen maximaal 10 profielen worden aangemaakt.

Profielen aanmaken

U kunt op twee manieren profielen aanmaken:

1. Huidige instellingen kopiëren

  • Maak een kopie van uw bestaande installatie. Uw nieuwe profiel ziet er hetzelfde uit en u kunt de instellingen later indien nodig aanpassen.

2. Leeg profiel

Ideaal voor:

  • Wisselen tussen EPOS via de Husqvarna Cloud*, het referentiestation* en een fysieke begrenzingsdraad.
  • Uw installatie verplaatsen naar een nieuwe locatie.
  • Een volledig nieuwe installatie testen.

Toegang tot profielen in de Automower® Connect-app

  1. Open de Automower® Connect-app.
  2. Ga naar Meer > Instellingen > Profielen beheren.
  3. Als u een nieuw profiel wilt aanmaken, klikt u op het plusteken rechtsboven.
  4. Schakel indien gewenst eenvoudig tussen profielen.

Profielen in EPOS®-installaties zonder draden

Voor Automower® NERA-modellen die zijn uitgerust met EPOS-technologie, kunnen profielen worden aangemaakt voor zowel EPOS-installaties zonder draden als voor installaties met een fysieke begrenzingsdraad. Dankzij deze flexibiliteit kunt u schakelen tussen installaties met virtuele grenzen en fysieke begrenzingsdraad, zonder dat u de instellingen telkens opnieuw hoeft te definiëren.

Profielen voor verschillende locaties

Ongeacht of u een installatie met een fysieke begrenzingsdraad of een installatie zonder draden hebt, op elke locatie is een laadstation vereist. Voor installaties zonder draden is op elke locatie ook een lokaal referentiestation of EPOS via de Husqvarna Cloud* vereist.

*EPOS via de Husqvarna-cloud is uitsluitend beschikbaar op geselecteerde markten.

*Voor Automower® Aspire™ R6V, 308V, 312V moet een lokaal referentiestation worden geïnstalleerd door een Husqvarna-dealer.

Raadpleeg voor meer gedetailleerde informatie over installaties voor verschillende locaties het artikel Automower® op meerdere locaties gebruiken.

Was dit artikel nuttig?