Installatie van de Automower® op video

Deze videobeelden zijn een hulpmiddel voor het installeren van de Automower®. ADOBE Flash Player moet op uw computer geïnstalleerd zijn om de video's te kunnen bekijken.

Inleiding

Alvorens de Automower® te kunnen starten, moeten het laadstation en de begrenzingsdraad worden geïnstalleerd en moet de grasmaaier aan het laadstation worden gekoppeld. De video's dienen als stapsgewijze leidraad om uw Automower® snel te installeren. U kunt elke stap volgen door te klikken op de icoon "Play" en de gebruikelijke videocommando's.

STAP 1 – Het laadstation opstellen en aansluiten

Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond in het midden van het voornaamste grasoppervlak, zodanig dat er een grote vrije oppervlakte voor het station ligt. Duw de bevestigingsnagels door de gaten in de basis om deze aan de grond bevestigen. Verbind de laagspanningsdraad met het laadstation en de transformator, en verbind het netsnoer van de transformator met een stopcontact 230 V.

STAP 3 – Maaihoogte en instellingen van de grasmaaier

Om de maaihoogte aan te passen opent u de kap van de Automower® en draait u de handgreep tot in de gewenste stand, waarna u de kap terug sluit. Bovenaan de Automower® bevindt zich het bedieningspaneel onder een klep. Alle instellingen van de grasmaaier zoals de werkingsduur, de pincode, de vooraf ingestelde programma's enz. kunnen worden gecontroleerd aan de hand van menu's en submenu's. De volledige functies van de menu's zijn beschreven in de gebruikshandleiding die van deze website kan worden gedownload.

STAP 5 – Automatische oplading

De Automower® wordt alleen opgeladen door aankoppeling aan zijn laadstation. Dit gebeurt wanneer het vermogensniveau van de accu te laag is. Het laadstation zendt tevens een signaal uit dat de Automower® kan waarnemen op een afstand van 6 à 8 meter. Wanneer de grasmaaier zijn laadstation zoekt, bespaart hij op zijn energie door niet te maaien. Normaal vindt hij in enkele minuten zijn laadstation terug.